doodgewoon

Barbara, Veerle en ik doen een bezoek aan Greet Chielens. Een mevrouw uit Brugge die anderhalf jaar geleden een begrafenisonderneming opstartte. Haar project heet ‘doodgewoon’. Het is geen begrafenisonderneming als een andere, het is geen begrafenisonderneming zoals wij ze kennen, maar een hele bijzondere, één met erg veel visie over de menselijke kant van het sterven en het belang van het ritueel. Een onderneming met kleur en zonder strakke regels. De onderneming ìs Greet Chielens met al haar ideeën.

Zij vertelt en wij staan versteld over alles wat wij hierover nog niet wisten, ze vertelt over afscheid nemen, over de praktische kant van de zaak, over thuisopbaring, over wat je kinderen beter wél laat zien, over hoe je het kinderen beter wél vertelt, over respect, over het niet-wegsteken van de dood, over de opleiding die ze volgde, over de wet, zelfs over ecologie binnen dit werk.

Haar werk, haar project, is inspirerend. Iemand vol overgave over dit vak horen vertellen is inspirerend. Dat een begrafenis niet per sé in een keidure kist moet die gedragen wordt door zes grijze mannen, is hoopvol. Dat het niét raar is als een dode nog zes dagen opgebaard blijft in het huis waar hij/zij sterft, is hoopvol. Misschien is het zelfs eerder raar als ze een gestorvene meteen weghalen uit het huis? Onze generatie is vergeten dat het uberhaupt kàn om de dode nog even te laten thuisblijven. Is er op deze manier niet wat méér tijd voor afscheid? Hebben we dat niet nodig op een zo’n moment dat niemand kan vatten wat er gebeurt? Hoe weten we zeker dat dit niet raar is – als de begrafenisondernemer als vanzelfsprekend de dode zo snel weghaalt?   “‘We willen het niet zien'”.

Ik vind het belangrijk dat we ons beter kunnen voorbereiden op het ogenblik dat we met de dood te maken hebben. Of gewoon, dat we er meer luidop over mogen praten en nadenken. Iedereen heeft vroeg of laat, vaak of zelden, met de dood te maken. Maar ermee te maken hebben we allemaal. Persoonlijk heb ik geen zin om in handen te vallen van een delegatie grijze mannen die liever een extra vaas in het laatje willen. Ik heb geen zin in praktische gesprekken aan zware tafels die decorstukken kunnen zijn uit de The Godfather. En niet dat ik wakker lig van mijn eigen dood, maar mij hoeven ze geen 20 jaar jonger te schminken als ik in de kist lig. Ze hoeven ook geen bloemetjes tussen mijn tenen te steken. Greet Chielens heeft geen ongelijk als zij zegt dat je de dood maar gewoon mag laten zien. Laat ons maar realistisch zijn. Steek het niet onder stoelen of banken. Realisme sluit een goed afscheid niet uit, integendeel. Hebben we de realiteit van de dood niet harder nodig?

Tijdens het gesprek had ik een soort heimwee naar andere culturen die vaak veel meer aandacht geven aan de dood, met lezen en zingen en rouwen en meer tijd. Ik had spijt over de klassieke en gestandardiseerde manier waarop dit in België gebeurt. We weten niet beter. We kennen niet anders dan de zwarte lijkwagen en de in de schaduw gehulde ploeg die ons helpt met alle praktische dingen. We voelen ons misschien wel verplicht om dure bloemen op de kist te leggen en een saaie zerk te kopen. Ik had tijdens het gesprek spijt over het feit dat er niet meer ‘andere’ mogelijkheden zijn, zoals Greet haar project. Ik had spijt over het gegeven dat wij de dood te snel laten passeren. Ik vraag me af of er niet iets collectief kan veranderen.

En dat de dood inderdaad niet doodgewoner mag zijn.

 

 

Met dank aan Veerle Vermeulen en Greet Chielens.

Stefanie

imgres

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: